Water is weer terug in het stedelijk gebied

Foto: V. Erdin

Het moet in een van de eerste Nieuwsbrieven zijn geweest dat er een berichtje stond over de terugkeer van de Sint Jansbeek in het stedelijk gebied in Arnhem. Vrijwel tegelijkertijd werd er in Delft aan een vergelijkbaar project gewerkt: het terughalen van wat eens de westelijke stadsgracht was en de afsluiting van de binnenstad.

Bij de Voorjaarsexcursies in 2012 waren we te gast bij waterschap Veluwe in Apeldoorn en werd het bekenstelsel toegelicht. In een aansluitende middagwandeling konden we delen van het Apeldoorns kanaal in ogenschouw nemen. Daarbij werd al gezegd dat het de wens was om de Grift ook weer in het stedelijk gebied van Apeldoorn terug te brengen.

In september was opnieuw een stedelijk waterproject gereed: de Catharijnesingel in Utrecht. Niet langer het gemotoriseerde snelverkeer maar weer stromend water.

De overeenkomst is dat er weer water stroomt in het stedelijk gebied. Het ene project lijkt misschien wat kleiner dan het andere maar de uitdaging is minstens net zo groot: ruimte vinden.

Wat bracht gemeentebesturen er toe om het water weer in het stedelijk gebied terug te brengen?

In Arnhem kwam de Sint Jansbeek weer na 156 jaar terug in de straat. De nieuw aangelegde beek vormt een belangrijke historische component om het verleden weer te geven. Arnhem ligt aan de Rijn met de terugkeer van de beek wordt die relatie nog duidelijker gemaakt. De Sint Jansbeek stroomt ook naar de Rijn.

De beek is de verbindende schakel tussen het noordelijk (historisch) en zuidelijk deel (wederopbouw) van het centrum. De Sint Jansbeek wordt al in de 13 eeuw genoemd en de plaatsen waar watermolens hebben gestaan zijn bekend: Park Sonsbeek, het Nederlands watermuseum is gevestigd in een watermolen. Vanaf Park Sonsbeek stroomt de beek langs de Eusebiuskerk door de binnenstad naar de Rijn.

Het water van de beek komt vanaf de Veluwe en is schoon, helder water dat voor verschillende toepassingen werd gebruikt: papier scheppen, wassen, bier maar ook als open riool. In 1861 werd de beek onzichtbaar en het zou tot 2017 duren eer een lang gekoesterde wens werd gerealiseerd. Bij de aanleg van de huidige beek is gebruik gemaakt van de landschapselementen van Park Sonsbeek maar ook van de overkluizingen van eertijds in de binnenstad. Omdat de beek een verbinding tussen het historische en het nieuw gebouwde centrum moet zijn mocht het water geen spelbreker zijn door als barrière te fungeren. In de waterhuishouding van Arnhem speelt de Sint Jansbeek een rol van betekenis als er sprake is van piekbelasting tijdens een stevige regenbui. De Lauwersgracht in het Spijkerkwartier kon al dat hemelwater niet verwerken dat wordt nu voor een deel via de Sint Jansbeek opgevangen. Water creëert, er groeien nu al muurplanten aan de kademuur, er hangen nestkastjes de winst is voor de natuur: flora en fauna gedijen langs de beek. Voor de mens is de beek een aangename airconditioning. Tijdens een warme zomerdag ligt de temperatuur aantoonbaar lager dan elders in de stad.

Een belangrijk effect van de Sint Jansbeek is de opwaardering van het stedelijk gebied in het zuidelijk deel van het centrum. Een wederopbouwgebied als gevolg van de grote schade die door oorlogshandelingen was toegebracht. Wederopbouw is niet altijd het toonbeeld van mooi en fraai, daar wordt waar dat mogelijk is nu aan gewerkt om de stedelijke gebouwde kwaliteit te verbeteren.

De Sint Jansbeek is op een speelse manier teruggebracht in het stedelijk gebied
De Sint Jansbeek is op een speelse manier teruggebracht in het stedelijk gebied
Het laatste deel van de Sint Jansbeek voordat de beek in de Rijn stroomt
Het laatste deel van de Sint Jansbeek voordat de beek in de Rijn stroomt

Delft Spoorsingel

De Singel aan de westkant van de binnenstad fungeerde als historische vesting van de stad met verschillende poortgebouwen om vanuit het westen de stad binnen te komen. Van de poorten is alleen de Bagijnetoren overgebleven. Bij het vervallen van de vestingwet en de gemeentelijke herindeling met de gemeente Hof van Delft kreeg de stad ineens extra ruimte om te gaan bouwen. Dit betekende nog niet direct het einde van de spoorsingel. Het water bleef tot begin jaren 60 stromen. Vanaf 1954 tot 1965 werd er aan de in 1847 aangelegde spoorlijn gewerkt om die kruisingsvrij door het stedelijk gebied aan te leggen, de Prinses Irenetunnel was het eerste grote kunstwerk. Op de plaats waar het water van de Singel liep kwam het tweesporig spoorwegviaduct. In de jaren 50 reden er plm. 225 treinen per dag, met de handmatige bediening van de spoorwegovergangen betekende dit steeds langere wachttijden. Enkele overgangen waren bij elkaar opgeteld 12 uur per dag gesloten voor het wegverkeer door alle treinpassages. Vanaf 1965 tot 2015 reden de treinen boven het stadsverkeer. De oude spoorlijn werd afgebroken en de vrijkomende ruimte werd in beslag genomen door het gemotoriseerde verkeer en een vrij liggende trambaan.

Zoals het spoorwegviaduct in 1965 noodzakelijk was vanwege het toenemende treinverkeer zo was de nieuwe viersporige Willem van Oranjetunnel dat in 2015. De trein verdween uit het stadsbeeld daarmee was de weg vrij om de Singel na 50 jaar weer terug te brengen en stromend water in het stedelijk gebied. In het plan Spoorzone Delft wordt de aanleg van de Singel minder uitgebreid gemotiveerd maar het zullen dezelfde redenen zijn als in Arnhem: verfraaien van de publieke ruimte, opvang van hemelwater, goede mogelijkheid om overtollig water af te voeren. Creëren van een prettig verblijfsklimaat. Wie nu met de trein door de tunnel rijdt zal niet snel bedenken dat er boven de treintunnel een bak met water ligt.

Het water ter hoogte van het Bolwerk
Het water ter hoogte van het Bolwerk
de Singel met molen de Roos en de Bagijnetoren
de Singel met molen de Roos en de Bagijnetoren

Herstel van de Grift in Apeldoorn

De eerste plannen om de Grift weer bovengronds door Apeldoorn te laten stromen dateren van 1999. 20 Jaar later is dit gerealiseerd en is er weer een doorlopende stroom van 22 kilometer tussen Ugchelen en Heerde. Tot vorige maand ontbrak er een deel in het stedelijk gebied van Apeldoorn als verbindende schakel tussen boven- en benedenstrooms. De Grift maakt onderdeel uit van een uitgebreid sprengenstelsel op de Veluwe.

Met het herstel van de Grift wordt een bijdrage geleverd aan de cultuur historie van Apeldoorn, identiteit, systeemherstel, ecologie, kwaliteitsverbetering van het gebied en een stimulans voor toerisme en recreatie.

Het herstel van de Grift zou mee kunnen gaan in een reeks van voorzien bouwprojecten op en langs het tracé van de Grift. Door de combinatie van werkzaamheden blijven de kosten beperkt, tot ongeveer 50% van wat het zichtbaar maken zou kosten als het als solitair project zou zijn uitgevoerd. De beek zou een breedte kunnen krijgen van plm, 5 meter en daarmee goed inpasbaar zijn in het gebied. Met een profiel van 5 meter zou de beek volgens een “groen” profiel worden aangelegd. Een natuurlijke beek zoals ook buiten het centrum is te zien. Dat plan is verlaten bij de realisatie en de Grift ligt in een betonnen bak die minder ruimte vraagt. De provincie Gelderland en het, toenmalige, waterschap Veluwe zijn voorstander van het herstel bekenstelsels op de Veluwe, de Grift zou het kwelwater weer op kunnen gaan vangen dat van de sprengen en beken komt aan de zuidzijde van Apeldoorn. Door de Grift weer te verbinden met boven en benedenstroom zal de flora en fauna een belangrijke impuls krijgen. De Grift wordt al in 1335 genoemd en kreeg een economische betekenis door de watermolens die langs de Grift hebben gestaan. Van een belangrijke opwaardering is het nooit gekomen, daarom werd in 1829 vrijwel evenwijdig het Apeldoorns kanaal aangelegd waarmee de Grift een belangrijke functie verloor. Begin jaren 60 nam de kwaliteit van de Grift zienderogen af: een vervuilde sloot, afvallozing en stilstaand water door de geplaatste stuwen.

Doel van de aanleg van de ontbrekende schakel is om van de Grift weer een structuurdrager te maken in de bebouwde omgeving, een belangrijke kwaliteitsimpuls voor de omgeving en het verbeteren van de ecologie.

Bij het opstellen van het rapport in 1999 werd nog uitgegaan van een termijn van 3 jaar om het project te realiseren en een bedrag van 15 miljoen gulden. De tijd zou verstrijken maar de plannen verdwenen niet van tafel. Ook Apeldoorn heeft weer stromend water, de afrondende fase zorgt er voor dat ook hier de openbare ruimte een kwaliteitsimpuls krijgt.

De Grift in de Kanaalstraat ter hoogte van de Nieuwe Kostersbrug
De Grift in de Kanaalstraat ter hoogte van de Nieuwe Kostersbrug
De Grift in de Kanaalstraat ter hoogte van de Nieuwe Kostersbrug (2)

Utrecht en de Catharijnesingel

In de Nieuwsbrief van september stond een korte bijdrage over het herstel van de Catharijnesingel. In de jaren 80 moest het water plaats maken voor het gemotoriseerd verkeer om bij de parkeergarages van Hoog Catharijne te komen. Na 40 jaar was de tijd weer rijp om de openbare ruimte anders in te delen en het water weer terug te brengen op de plek waar het eeuwen lang stroomde evenals in Delft als stadssingel om de binnenstad heen. Met het terugbrengen van het water is die singel weer rondom het centrum van Utrecht bevaarbaar geworden.

Er zijn in de afgelopen decennia meer gemeenten geweest die een beleidsdocument hebben opgesteld over water binnen de gemeente. Woerden werkte aan: “Zicht op water”. Misschien een volgende keer meer over deze plaats.

Dat er in de vorige eeuw veel water is gedempt werd blijkt wel uit de straatnaamgeving in verschillende plaatsen:

  • Groningen: Gedempte Kattendiep en Gedempte Zuiderdiep
  • Haarlem: Gedempte Oude Gracht

Al zeggen deze straatnamen ook niet alles zo is er in Groningen het Boterdiep, binnen de stadsgrenzen gedempt maar buiten het stedelijk gebied nog steeds aanwezig en bevaarbaar en de Westerhaven eveneens in Groningen als tweede voorbeeld. In Amsterdam stroomt evenmin water door de Rozengracht net zoals in Leiden door de Hooigracht en de Langegracht om enkele voorbeelden te noemen van gedempt stadswater .